Memory Lane


Wandelingen

Door een grootmoedig gebaar tijdens een feestje, zitten we drie weken lang opgescheept met een grote, ruwharige bouvier; Bas genaamd. Op zich een lief beest, maar de veronderstelling dat Bas zich wel aanpast aan zijn tijdelijke gastgezin blijkt een ernstige vergissing. Het duurt dan ook maar een paar dagen of wij hebben ons volledig aangepast aan zijn dagritme. Een daarvan is dat Bas tegen middernacht nog een avondwandeling wenst te maken. Pogingen hem daarvan af te houden door even de deur naar de achtertuin open te doen resulteren in een doordringende blik van onbegrip. ‘Vooruit dan maar,’ zegt Peter. Zoals gewoonlijk loop ik, op mijn hoge hakken na, thuis naakt rond. Het is eind zomer en inmiddels al wat frisser buiten, dus pak ik de dikke wollen Bedoeïenen mantel van de kapstok. Een heerlijke, oversized cape die ik heb overgehouden aan een vakantie in Noord-Afrika.

Het dorp waar wij sinds kort wonen lijkt in diepe rust. Eigenlijk kennen wij het nachtleven hier helemaal niet want avondwandelingen behoren niet tot onze gewoonte. Doodstil is het. Bas neemt ruim de tijd om deze, voor hem nieuwe omgeving diep in zijn neusgaten op te nemen. De uitstapjes duren al gauw minimaal een half uur. Even flink aan de lijn trekken om hem tot spoed te manen levert alleen op dat hij zijn krachtige poten in de “achteruit-stand” zet. Kortom wij wennen snel en zoeken ons eigen vertier om de tijd door te komen. Met enige regelmaat friemelt Peter onder de mantel aan mijn borsten en tepels. Dan slaat hij opeens de panden van de cape terug over mijn schouders en loop ik, althans aan de voorkant, naakt door de uitgestorven straten. ‘Iedereen slaapt,’ is zijn redenering. En nu maar hopen dat er niet iemand toevallig uit het slaapkamerraam kijkt als hij mijn klik-klakkende hoge hakken op de klinkertjes hoort. Bijna thuis aangekomen, tussen twee huizenblokken in, recht voor onze woning, neemt hij de cape helemaal van mij af. ‘Wacht hier maar even, dan breng ik eerst Bas naar huis,’ zegt hij. Dan zie ik hem in de deuropening wellustig staan kijken in afwachting van mijn komst. Helder verlicht door de lantaarnpalen in de buurt steek ik met kloppend hart spiernaakt de straat over. Slaapt iedereen inderdaad?

Een leuke wandeling was ook die keer nadat we in een vestingstadje wat hadden gegeten. Zodra en zolang het weer het toelaat draag ik een dun zwart jasje over mijn jurk. Het heeft geen sluiting maar wel twee steekzakken voor sleutels en zo, waardoor ik niet altijd een tas hoef mee te nemen. Onderweg naar de auto aan de andere kant van het stadje valt het Peter op dat het jasje net zo lang is als het jurkje dat ik die dag eronder aanheb. ‘Je hebt dat jurkje helemaal niet nodig,’ zegt hij uitdagend. ‘Dan doe ik het toch uit,’ zeg ik even uitdagend terug, want ik begrijp wel waar hij heen wil. In een poortje tussen twee huizen geef ik hem het jasje en trek het jurkje over mijn hoofd. Hij plaagt nog even door het jasje niet terug te willen geven. ‘Nou, dan ga ik toch zo,’ roep ik overmoedig. Dat is toch wat al te bont en met het enigszins loshangende jasje lopen we verder. Op het plein aan het eind van de straat horen we tamelijk veel rumoer op ons afkomen vanaf de terrasjes daar. Reden om het nu toch maar even met de handen in de steekzakken gesloten te houden. We steken het plein schuin over onder luid gejoel van enkele mannen die ons uitnodigen bij hen te komen zitten. Toch maar niet, besluiten we en lopen verder.

In hetzelfde straatje waar onze auto staat is een leuk antiekzaakje. Terwijl we even staan te kijken naar het aanbod, zie ik in de ruit het spiegelbeeld van Peter die weer geil naar mijn naakte lijfje staat te staren. Het jasje hangt uiteraard alweer een tijdje los. Even verderop staat een stationwagen met de klep omhoog. Er gaat een deur open en twee jongens komen met een blijkbaar zware grote doos naar buiten.

Terwijl ze bezig zijn om hem de auto in te schuiven, fluister ik Peter toe: ‘Ga jij maar alvast naar de auto. Ik kom zo.’ Langzaam laat ik het jasje van mijn schouders glijden, steek een vinger door het lusje en hang het over mijn rug. Dan draai ik me om en loop poedelnaakt naar de auto. Door het tikken van de hoge hakken kijkt een van de jongens op, stoot zijn maat aan die zich nu ook omdraait. Vol ongeloof komen ze rechtop en stoten hun kop aan de openstaande klep, Ik moet lachen om die doldwaze slapstick scene die zo uit een Laurel en Hardy film lijkt te komen. Voor ik instap zwaai ik nog even naar ze. Hun mond staat nog steeds net zover open als de klep van hun auto.

De meest spannende wandeling – met naspel – heb ik beleefd  na een concert in de naburige stad. Het theater heeft meerdere podia en wordt altijd druk bezocht. Al bij het eerste bezoek ontdekken we dat je niet moet proberen om in de dichtstbij gelegen parkeergarage te komen. Natuurlijk lukt dat wel, maar er staat meestal een flinke wachtrij en Peter is van het type: ‘Ik ben geduldig, als het maar opschiet.’ Hij maakt rechtsomkeert en rijdt een stukje terug naar een garage waar we zo naar binnen kunnen. Parkeerruimte genoeg, zeker als je meteen helemaal naar beneden rijdt. De lift brengt ons wel boven.

Voor concertavonden ga ik, op het oog, decent gekleed. Mijn lievelingsjurken zijn die lange Franse doorknoopjurken met een wijde boothals of diepe V-hals. Je kunt er, afhankelijk van de situatie, zo heerlijk mee spelen; meer of minder knoopjes onder en boven, dicht of los. Op een van die dagen vraagt Peter of ik ook mijn riemenpakje aan wil trekken. Sinds die eerste keer (zie: Memory Lane – Diner met verrassing) is het een van zijn favorieten. Als aanvullende wens: of ik ook mijn handboeien mee wil nemen. Dat zijn niet van die kale metalen politie dingen, maar zwartleren polsbanden gevoerd met rood fluweel. ‘Is goed,’ zeg ik, ‘maar dan trek ik het wel pas aan na afloop.’

Zodra de voorstelling voorbij is spoedt iedereen zich naar de garderobe. Wij blijven even zitten. Om Peter alvast op te warmen knoop ik wat meer knoopjes los dan wat je decent zou kunnen noemen. Zeker als ik mijn benen over elkaar sla en de jurk links en rechts naar beneden valt. Het levert mij menige afkeurende blik op van passerende (vrouwelijke) voorbijgangers.

Nadat het wat rustiger is geworden bij de kledingbalie haalt Peter mijn cape op. Zodra ik die om heb zoek ik het toilet op en trek alles uit. Riemenpakje aan en polsbanden om. De jurk verdwijnt in een tas en dan de cape weer om. In een rustig hoekje klikt Peter de handboeien achter mijn rug aan elkaar en dekt mij weer zedig toe.

Wij zijn geen echte liefhebbers van “meester–slaaf” spelletjes, maar dit vind ik wel leuk, of liever gezegd spannend. Je kunt op die manier in onverwachte situaties geen kant meer op. Onderweg hoop ik maar dat de cape niet openwaait; anderzijds loopt het vocht uit mijn kutje langs mijn benen van opwinding. Eenmaal bij de lift in de garage aangekomen doet Peter er nog een schepje bovenop als hij vraagt: ‘Durf je het aan om naakt in de lift te staan tot we beneden zijn?’ Ik aarzel, waarschijnlijk omdat mijn handen nog geboeid zijn. Uiteindelijk geef ik toe. Zodra de liftdeuren zich sluiten slaat Peter de panden van de cape over mijn schouders. Daar sta ik dan voor een onvermoede toeschouwer: als een geboeide, naakte slavin in een uitdagend riemenpakje, benen iets uit elkaar, vochtige kale kut en priemende tepels. Mijn hart bonkt in mijn keel. De deur gaat open … niemand! Dan maakt Peter mijn boeien los en kus ik hem innig van niet meer te houden geilheid.

Nu nog even veilig naar de auto, want we moeten langs een deur met een camera daarboven omdat daarvoor niet geparkeerd mag worden. Eenmaal bij de auto smeek ik Peter: ‘Neuk me!’ Liggend op de motorkap begint hij me intens te likken met het bekende resultaat. ‘Neuk me!!’ smeek ik opnieuw en dan plant hij eindelijk zijn lans diep in mijn grotje.

Als Peter in de auto wil stappen zeg ik: ‘Start de motor maar alvast,’ en ga terug naar de deur met de camera. Recht daarvoor ga ik nog eens furieus staan vingeren en lik daarna mijn vingers een voor een af. Nu terugrennen naar de auto. Peter heeft het gezien en rijdt snel enkele etages naar boven. Parkeert de auto tussen enkele andere en stopt de motor. Stoelleuningen omlaag om ons te verbergen. Ja hoor, we horen een auto van de parkeerwachters al met piepende banden naar beneden scheuren in de hoop de schendster van de eerbaarheid in de kraag te kunnen vatten. Langzaam komen ze, waarschijnlijk teleurgesteld, weer naar boven rijden.

Het is al enige tijd rustig. Ik kleed me weer aan en zet een hoed op die nog op de achterbank ligt. Wanneer ook andere auto’s op deze etage vertrekken, voegen wij ons in de rij naar de uitgang. Daar staan nog steeds twee parkeerwachters de auto’s in te kijken, maar door mijn “vermomming” herkennen ze me gelukkig niet.

Heb je ook wel eens zoiets spannends gedaan? Laat het me weten!

Liefs,

Loïs

Graag uw sterrenwaardering bovenaan en/of reactie onder het verhaal. En/of eventueel rechtstreekse mail met schrijver. Dank u.

Liefs My

Een gedachte over “Memory Lane

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s